ATEX GAS explosiegevaarlijke omgeving

Rotor levert verschillende klasse motoren voor ATEX omgevingen.

In de ATEX 95-richtlijn wordt gesproken van twee groepen: I en II.
Beide groepen zijn onderverdeeld in categorieën. Deze categorieën geven weer of een apparaat of beveiligingssysteem inzetbaar is in een
mogelijk explosieve atmosfeer met gas, nevel of dampen (G) of met stof (D).

ATEX 95 
groep I = mijnbouw 
groep II = overige plaatsen 
categorie 1 zone 0 
categorie 2 zone 1 
categorie 3 zone 2








Codering van motoren in gasexplosiegevaarrijke omgeving:





EN 60079-1–Ex-d (drukvast omhulsel)
Een drukvast omhulsel kan onderdelen bevatten, welke onder normaal gebruik vonken, lichtbogen of hoge temperaturen kunnen veroorzaken, welke op hun beurt een explosie zouden kunnen inleiden. Het explosieve gasmengsel wordt geacht ook in het drukvaste omhulsel aanwezig te kunnen zijn, maar een eventuele explosie binnen het omhulsel kan zich niet voortzetten naar de buiten liggende atmosfeer.









Configureer uw Ex-d motor












  
EN 60079-7–Ex-e (verhoogde veiligheid)  
Elektrisch materiaal, dat is geconstrueerd volgens de beschermingswijze Ex-e, mag geen onderdelen bevatten, die onder normaal gebruik vonken of lichtbogen kunnen veroorzaken, welke zouden kunnen  leiden tot ontsteking van een zich in of nabij het materiaal bevindend explosief gasmengsel. Het explosieve gasmengsel wordt dus geacht in het elektrisch materiaal te kunnen binnendringen.
Ex-e is dus een beschermingswijze die alleen mogelijk is bij normaal niet vonkend materieel. 
Bij de verhoogd veilige elektromotoren Ex II 2G EEx-e-II-T3 wordt de beschermingswijze verkregen door het voorkomen van vonken en hoge temperaturen in de binnenkant of op andere delen van de elektromotor, die een explosie zouden kunnen veroorzaken. Hierbij wordt ook rekening gehouden met een eventueel optredende fout. De Ex II 2G EEx-e-II-T3-motoren worden uitgebreid getest onder toezicht van een certificerende instantie. Tijdens deze testen wordt onder meer de tE-tijd van de motor bepaald (zie grafiek 1).  De motorbeveiligingsschakelaar moet zo worden gekozen, dat deze bij eventueel blokkeren van de motor, binnen de opgegeven tE-tijd uitschakelt. De motoren met een beschermingswijze Ex II 2G EEx-e-II-T3 mogen niet gebruikt worden voor een zware aanloop waarbij de aanlooptijd langer is dan1.7x de tE-tijd.
Bij deze rotor nl® motoren wordt een kopie van het EG-type certificaat en een fabrikantenverklaring meegezonden.
Als een Ex II 2G EEx-e-II-T3 motor door een spanningsfrequentie-regelaar gevoed wordt, dan moeten zowel de combinatieregelaar als de motor gecertificeerd zijn


 Configureer uw Ex-e motor
















Ex II 3G EEx-nA-II-T3 (niet vonkende constructie  
Bij motoren met een beschermingswijze Ex II 3G EEx-nA-II-T3 wordt de beschermingswijze verkregen door het voorkomen van vonken en hoge temperaturen in de binnenkant of op andere delen van de elektromotor, die een explosie zouden kunnen veroorzaken. Dit geldt onder nominale bedrijfscondities.
De motoren met de beschermingswijze Ex II 3G EEx-nA-II-T3 en Ex II 2G EEx-e-II-T3 hebben mechanisch een vrijwel identieke beschermingswijze. Bij de beschermingswijze Ex II 3G EEx-nA-II-T3 hoeft men echter geen rekening te houden met een optredende fout. Men heeft hier dus niet te maken met een tE-tijd.
Bij rotor nl® motoren met een beschermingswijze Ex II 3G EEx-nA-II-T3 wordt een fabrikantenverklaring meegeleverd.
Het gebruik van een Ex II 3G EEx-nA-II-T3 motor in combinatie met een frequentie-regelaar is in bepaalde gevallen mogelijk. Hiertoe dient u het regelbereik en de koppel/toeren karakteristiek van het werktuig op te geven. Daarnaast zijn er beperkingen voor wat betreft du/dt en maximale spanningspiek. Overleg met Rotor B.V. is altijd noodzakelijk.


  Configureer uw Ex-nA motor


Leg bij de aanschaf van een Ex-motor aan uw Rotor contactpersoon uit waar de elektromotor voor gebruikt wordt. Deze kan u goed voorlichten en adviseren om zo tot een goede keuze te komen.

Om de juiste elektromotor te kunnen selecteren zijn de volgende gegevens nodig:
Bij gasexplosieveilige elektromotoren:
• De categorie (of zone) en de beschermingswijze
• Temperatuurklasse

Bij drukvaste elektromotoren Ex II 2G Ex-d en Ex II 2G Ex-d(e)
• De gasgroep A, B of C bij stofexplosieveilige elektromotoren:
• De categorie of zone. Wanneer alleen de zone wordt opgegeven moet bij het opgeven van zone 22 aangegeven worden of het geleidende
  of niet geleidende stof betreft.
• Maximale toegestane oppervlakte temperatuur