Eurospanning

Eurospanning

In 1983 is in de norm IEC 38 "standard voltages" (Sixth edition) verschenen. Deze norm beschrijft de standaard spanningen voor het net, de apparaten en installaties.
Deze norm voorziet in een "normspanning" van 3 x 230V/400V - 50Hz. Door deze normalisatie ontstaat er op termijn een groter gebied waarbinnen dezelfde spanning heerst waardoor er minder variaties in apparaten ontstaan.

Meer over toleranties

De toleranties op de netspanning tijdens bedrijf zijn vastgelegd in nationale normen zoals NEN 3173 en daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen zone A en zone B.

Bij zone A geldt een tolerantie op de spanning van ± 5% en voor zone B van ± 10%. Een machine moet in staat zijn in zone A zijn belangrijkste functie te vervullen, maar hij hoeft daarbij niet volledig de eigenschappen te vertonen zoals bij de toegekende spanning en toegekende frequentie en mag dus bepaalde afwijkingen vertonen. De temperatuurverhogingen mogen groter zijn dan bij de toegekende spanning en de toegekende frequentie.

Een machine moet in staat zijn in zone B zijn voornaamste functie te vervullen, maar mag afwijkingen vertonen ten opzichte van de eigenschappen zoals bij de toegekende spanning en de toegekende frequentie die groter zijn dan in zone A. De temperatuurverhogingen mogen groter zijn dan bij de toegekende spanning en de toegekende frequentie en zullen waarschijnlijk ook groter zijn dan de temperatuurverhogingen in zone A. Langdurig bedrijf aan de buitengrens van zone B wordt niet aanbevolen.

Rotor nl® elektromotors

De rotor nl® elektromotoren worden standaard geleverd in 3 x 400V - 50Hz (Y of D) en op verzoek zijn andere spanningen leverbaar. De spanning waarvoor de elektromotor is ontworpen staat altijd op de kenplaat aangegeven.

1. 230V tussen een fase en nul en 400V tussen de fasen onderling in een drie-fasen systeem.

2. Hieronder wordt bedoeld dat het toegekende koppel (Nm) van de elektromotor gewaarborgd blijft.

3. De grenzen voor de temperatuurverhogingen en de temperaturen volgens de norm hebben betrekking op de toestand waarin de kengegevens gelden; zij kunnen meer dan evenredig worden overschreden naarmate de toestand tijdens bedrijf gaat afwijken van de toestand waarbij de kengegevens gelden. Bij bedrijf aan de buitengrenzen van zone A mogen de temperatuurverhogingen en de temperaturen ongeveer 10K hoger worden dan welke volgens de norm gelden.

4. In toepassingen en onder bedrijfsomstandigheden in de praktijk zal een machine wel eens worden gebruikt buiten de grenzen van zone A. Dergelijke toestanden dienen wat hun omvang, tijdsduur en frequentie betreft te worden beperkt. Indien mogelijk dienen binnen een redelijk tijdsbestek corrigerende maatregelen te worden genomen, bijv. het reduceren van het vermogen. Een dergelijk ingrijpen kan verhinderen dat de levensduur van de machine wordt verkort ten gevolge van thermische veroudering.