Smeersystemen en vet soorten

Smeersystemen en vetsoorten

Lagersmering gesloten lagers

De kleinere elektromotoren zijn voorzien van gesloten lagers (2Z) en kunnen derhalve niet nagesmeerd worden. Deze moeten dus aan het einde van de vermoeiings- of vetlevensduur vervangen worden (zie tabel 2). Het verdient aanbeveling om bij vervanging van de lagers te kiezen voor lagers met een vetvulling met een hoge referentietemperatuur voor het vet (bijvoorbeeld 85°C.) De vetlevensduur van deze lagers is aanmerkelijk langer dan die van normale kogellagervetten (70°C) en zal in de meeste gevallen de vermoeiingslevensduur van het lager materiaal overschrijden. Standaard worden de rotor nl® elektromotoren geleverd met 2Z-lagers, voorzien van een WT vet, met een referentietemperatuur van 85°C. Dit vet waarmee SKF speciaal voor Rotor haar lagers mee afvult, heeft een temperatuursbereik van – 40°C t/m +160°C bij een levensduur die hoger ligt dan bij gemiddelde lithium complex vetten. I.v.m. factoren, zoals vervuilde omgeving en inwerking van luchtvochtigheid, is het raadzaam 2Z lagers iedere 4 jaar te vervangen.

De rotor nl® elektromotoren, die voorzien zijn van open lagers, worden standaard geleverd met een lithium-complex-vet als smeermiddel. Voor nasmering kunnen vetsoorten op lithiumzeepbasis met een minerale basisolie gebruikt worden. Een goede kwaliteit vet, dat tegen hoge temperaturen bestand is, verdient de voorkeur. Indien de elektromotor op verzoek werd voorzien van een afwijkende lagering c.q. vetvulling, dan staat dit op een typeplaat aangegeven en dient men de nasmering af te stemmen op deze gegevens.

Open lagers met vuilvetkamer
Bij de grotere elektromotoren worden open lagers toegepast die zijn voorzien van kogellagervet op basis van lithiumzeep met een minerale olie. Deze lagers kan men enige malen nasmeren waarbij het oude vet opgenomen wordt in de vuilvetkamer van het lagerdeksel. Nasmeren dient te geschieden bij draaiende elektromotor. Bij de eerste nasmering dient men er rekening mee te houden dat het vetkanaal van vetnippel naar de lagerkamer nog geheel leeg is. Bij de eerste keer nasmeren wordt eerst dit lege kanaal gevuld, waarna pas met enige tegendruk het lager nagevuld wordt. Na enige malen nasmeren zal de vuilvetkamer schoongemaakt en eventueel de lagers vervangen moeten worden. Indien de lagering aan slechts weinig belasting onderhevig is geweest en de lagers nog een lange rest-levensduur hebben, dan kan men de lagers en de lagerdeksels uitwassen en gedeeltelijk (lagers 50% en lagerdeksels 30%) opnieuw vullen met vet. Ex-e en Ex-n elektromotoren met open lagers en vuilvetkamer worden zonder smeernippel geleverd.

Open lagers met vuilvetafvoer

Zijn de elektromotoren voorzien van een automatische vuilvetafvoer, dan is onbeperkt nasmeren mogelijk. De automatische vuilvetafvoer werkt d.m.v. van een slingergerschijf die het overtollige vet naar de vuilvetkamer afvoert. Een gesloten vuilvetkamer dient tijdens alsmede één uur na het nasmeren en bij draaiende geopend te zijn om het overtollige vet af te kunnen voeren.




Nasmeerperiode

De nasmeerperiode is sterk afhankelijk van het toerental, de lagerbelasting, omgevingsfactoren en de opstelling van de elektromotor. Nasmering dient te geschieden conform het advies van lager- en vetleverancier. In de nasmeertabel, zoals bijgaand aangegeven, vindt men een algemene richtlijn. De in tabel 3 opgegeven waarden gelden voor elektromotoren met horizontale opstelling, bij ca. 70°C lagertemperatuur (bij normale belastingen omgevingstemperatuur). De nasmeerperiode dient gehalveerd te worden bij elektromotoren met een verticale opstelling. Bij lagertemperaturen, die hoger liggen dan de referentie-temperatuur van het toegepaste vet, dient men de nasmeerperiode te halveren voor iedere 15°C verhoging. Bij lagere temperaturen kan men met een langere nasmeerperiode volstaan, doch niet langer dan twee maal de aangegeven waarde. Bij zware en/of sterk wisselende belasting dient men de nasmeerperiode te verkorten.